Worden uw lampen ineens veel feller? Brandt de verlichting in de ene kamer zwak, terwijl lampen ergens anders juist opvallend fel branden? Dit kan wijzen op een losse of onderbroken nul. Zo’n storing kan apparatuur beschadigen en gevaarlijke situaties veroorzaken, ook wanneer alle groepen in de meterkast nog ingeschakeld staan.
Neem direct contact op bij spoed!+31619297401
Wat is een losse nul?
De nuldraad maakt bij een normale 230V-aansluiting deel uit van het stroompad tussen de voeding en uw elektrische apparaten. Met een ‘losse nul’ bedoelen we een nulverbinding die onvoldoende contact maakt. Bij een ‘nulonderbreking’ is die verbinding volledig onderbroken.
Het probleem kan bijvoorbeeld zitten in een aansluiting in de groepenkast, een lasverbinding of de voeding naar de woning. De gevolgen hangen af van de plaats van de storing en de opbouw van de installatie.
Een slechte verbinding kan warm worden. Een volledig onderbroken verbinding kan ervoor zorgen dat verlichting en apparaten niet meer werken. Bij een onderbroken gemeenschappelijke nul in een driefasensysteem kunnen bovendien gevaarlijke spanningsverschillen ontstaan.
De nuldraad is geen aardedraad en mag nooit als vanzelfsprekend veilig worden beschouwd.
Welke symptomen passen bij een losse nul in huis?
Een losse nul is niet betrouwbaar vast te stellen door alleen naar lampen of schakelaars te kijken. Dit zijn signalen die aanleiding geven om de installatie te laten onderzoeken:
-
Lampen worden plotseling veel feller of zwakker, vooral in meerdere ruimtes.
-
Verlichting verandert van helderheid wanneer een apparaat wordt in- of uitgeschakeld.
-
Meerdere apparaten vallen uit, starten opnieuw op of werken onregelmatig.
-
Een deel van de woning heeft geen stroom, terwijl de groepen nog aanstaan.
-
Er is een brandlucht, geknetter of zichtbare verkleuring bij een elektrisch aansluitpunt.
-
Meerdere lampen of apparaten raken kort na elkaar defect.
Deze klachten kunnen ook andere oorzaken hebben. Een defecte ledlamp, ongeschikte dimmer of een spanningsprobleem in het elektriciteitsnet kan bijvoorbeeld eveneens knipperende verlichting veroorzaken.
Schakel geen extra apparaten in om te testen of het licht verandert. Daarmee kunt u een onveilige situatie verergeren.
Waarom kunnen lampen feller worden door een losse nul?
Dit risico speelt vooral wanneer de gemeenschappelijke nul van verschillende fasen wordt onderbroken.
In een gebruikelijke driefaseninstallatie staat ongeveer 230 volt tussen een fase en de nul, en ongeveer 400 volt tussen twee fasen. De nul helpt om de spanning voor de aangesloten 230V-apparaten op het bedoelde niveau te houden.
Valt die gemeenschappelijke nul weg, dan kan de spanning zich ongelijk verdelen over apparaten op verschillende fasen. De verdeling hangt af van de aangesloten belasting. Daardoor kan de ene groep te weinig spanning krijgen en een andere juist veel te veel.
Sommige lampen kunnen dan opvallend fel gaan branden. Ledlampen kunnen ook gaan knipperen, uitschakelen of direct defect raken. In ongunstige omstandigheden kan de spanning over een 230V-apparaat richting 400 volt gaan.
Niet iedere losse nul veroorzaakt dus 400 volt. Bij een onderbroken nul in één afzonderlijke 230V-groep is uitval een gebruikelijker gevolg. De locatie van het defect bepaalt het risico.
Is een losse nul gevaarlijk als de aardlek niet uitschakelt?
Ja. Een ingeschakelde aardlekschakelaar of installatieautomaat bewijst niet dat de installatie veilig is.
Een aardlekschakelaar reageert op lekstroom. Een installatieautomaat beschermt tegen overbelasting en kortsluiting. Een slechte nulverbinding of gevaarlijke spanningsverandering hoeft geen van beide beveiligingen te laten uitschakelen.
Er kunnen daardoor problemen ontstaan terwijl alle schakelaars nog omhoog staan:
-
Oververhitting bij een slechte verbinding.
-
Beschadiging van bedrading en aansluitmateriaal.
-
Defecte elektronica door een te hoge spanning.
-
Brandgevaar door warmteontwikkeling of vonkvorming.
Wacht daarom niet op een uitgevallen groep voordat u hulp inschakelt.
Wat moet u doen bij een vermoedelijke nulonderbreking?
-
Stop met het gebruiken en testen van elektrische apparaten. Probeer de storing niet opnieuw op te wekken.
-
Schakel de hoofdschakelaar uit als dat veilig kan. Blijf weg van een meterkast met rook, vonken, hitte of water.
-
Laat afdekkappen, stopcontacten en lasdozen gesloten. Ga niet zelf meten of aansluitingen vastdraaien.
-
Bel een elektricien en beschrijf de symptomen. Vertel of meerdere ruimtes zijn getroffen en of u brandlucht of geknetter heeft waargenomen.
-
Laat de installatie uitgeschakeld totdat deze is beoordeeld. Ook als de klachten tussendoor lijken te verdwijnen.
Bij brand, rookontwikkeling of direct gevaar verlaat u de woning en belt u 112.
Hulp nodig bij een storing in uw woning? Bel 06 19297401. Inter-Elektro bespreekt met u de situatie en de mogelijkheden voor spoedhulp.
Wanneer belt u de netbeheerder?
Een nulonderbreking kan ook buiten uw eigen installatie zitten. Bijvoorbeeld in de netaansluiting of het elektriciteitsnet.
Hebben buren vergelijkbare klachten, of lijkt het probleem bij de meter of netaansluiting te zitten? Bel dan het Nationaal Storingsnummer 0800-9009. Dat nummer is bedoeld voor stroom-, gas- en meterstoringen in het energienet.
Dat buren geen klachten hebben, sluit een probleem met uw eigen netaansluiting niet uit. Een elektricien kan onderzoeken of de oorzaak in uw binneninstallatie zit en aangeven wanneer de netbeheerder nodig is.
Hoe onderzoekt Inter-Elektro een losse nul?
Bij een vermoedelijke losse nul draait het om het vinden van de defecte verbinding én het beoordelen van eventuele gevolgschade.
Afhankelijk van de situatie bestaat het onderzoek uit het controleren van de voeding, de betrokken groepen en aansluitingen, aangevuld met passende metingen. Daarbij kijken we ook naar tekenen van oververhitting, beschadigde bedrading en aangetaste onderdelen.
Alleen een aansluiting opnieuw vastzetten is niet altijd voldoende. Door hitte beschadigd materiaal kan vervanging nodig hebben. Na herstel controleren we de betrokken installatie voordat deze weer in gebruik wordt genomen.
Bekijk ook onze 24/7 storingsdienst voor elektrische storingen.
Wat kost het oplossen van een losse nul?
Dat hangt af van de locatie van de storing, de benodigde zoektijd en eventuele schade. Een bereikbaar defect aansluitpunt vraagt ander werk dan een storing in verborgen bedrading of meerdere beschadigde onderdelen.
Vraag bij uw telefoontje naar het starttarief, de voorrijkosten, eventuele avond- of weekendtoeslagen en de kosten van vervolgwerk. Zo weet u hoe de kosten worden opgebouwd.
Veelgestelde vragen over een losse nul
Kan een losse nul vanzelf weer goed contact maken?
Het contact kan tijdelijk herstellen, waardoor de klachten verdwijnen. De oorzaak is daarmee niet verholpen. Blijf de installatie niet gebruiken omdat het licht weer normaal lijkt.
Is één knipperende ledlamp meteen een losse nul?
Nee. Eén knipperende ledlamp kan bijvoorbeeld een defecte driver hebben of niet goed samenwerken met de dimmer. Plotseling feller én zwakker licht in meerdere ruimtes is een ander signaal en vraagt om snelle beoordeling.
Kan een woning met een eenfaseaansluiting ook getroffen worden?
Ja. Een slechte nulverbinding kan in een eenfase-installatie uitval en warmteontwikkeling veroorzaken. Daarnaast kan een onderbreking van een gedeelde nul verderop in het driefasennet ook gevolgen hebben voor woningen met een eenfaseaansluiting.
Moet de hele groepenkast worden vervangen?
Niet automatisch. Dat hangt af van de oorzaak, de staat van de onderdelen en eventuele hitteschade. Eerst moet duidelijk zijn waar de storing zit.
Losse nul vermoed? Bel Inter-Elektro
Worden lampen ineens feller, wisselt de verlichting sterk of vallen meerdere apparaten onverklaarbaar uit? Laat de oorzaak beoordelen voordat u de installatie verder gebruikt.
Inter-Elektro is gevestigd in Helmond en helpt bij elektrische storingen in Noord-Brabant, Limburg en Gelderland. Geef uw woonplaats en de symptomen door; dan bespreken we de mogelijkheden en verwachte aankomsttijd.
Bel Inter-Elektro: 06 19297401
24/7 bereikbaar voor elektrische storingen.